stella & tekst

iets met woorden

Adoptie

Ramen lappen

Als ik in het weekend eens de vloer sta te soppen en aanstalten maak om ook de ramen te gaan lappen, dan weet Lief al hoe laat het is: ‚Komt je moeder langs?’ Ik ben niet zo’n poetsvrouw, ons huis houd ik met nogal Franse slag zo’n beetje schoon. Eens in de zoveel tijd zwabber ik de boel weer even echt aan kant. Niet dat het een bende is, maar de dekbedden liggen nu ook weer niet iedere ochtend strak in het gelid. Stapeltjes post, tijdschriften en boeken liggen vaak gezellig een weekje op actie te wachten en van een stofwolkje meer of minder is nog nooit iemand ziek geworden. Maar om nou te zeggen dat ik er echt schaamteloos in ben, dat is ook weer niet helemaal waar. Bij ons thuis was vroeger alles behoorlijk proper. Mijn moeder is een wat ander type dan ik en hecht meer aan een net huis. Maar haar wederkerende zuchtende vraag om ‚eindelijk die zwijnenstal in mijn kamer eens op te ruimen!’ resoneert zo nu en dan nog in mijn hoofd. Dan vind ik stiekem ook dat ik wat beter mijn best zou moeten doen om de stofzuiger vaker door het huis te jassen.

De adoptiecursus is achter de rug en de volgende stap is de keuring door de Raad voor de Kinderbescherming. Het gezinsonderzoek. Met wat gesprekken bij de Raad. En een huisbezoek. Een huisbezoek dat me al weken zorgen baart. Want we hebben geen kinderkamer, dat is namelijk gewoon mijn werkkamer. Onze badkamer heeft alleen een douche en geen bad. De keukenkastjes zijn wanordelijk en die voorjaarsschoonmaak ook al een paar lentes geleden. Kortom, voor een getraind oog genoeg aanleiding om ons huis niet zo kind-proof te vinden. En het is vast zo’n strenge dame die langs komt. Met een knot. Die alle plinten op stoflaagjes gaat inspecteren. Hoofdschuddend zal ze tot de conclusie komen dat ons huis en ik als moeder volslagen ongeschikt zijn voor het veilig groot brengen van welke kinderen dan ook.

En dus ben ik al een week lang ieder vrij uurtje aan het boenen, met een heuse checklist. Van onder tot boven neem ik alles bloedserieus onder handen. En passant knip ik nog even de heg, maai het gras en pluk onkruid. De dag voor het geplande bezoek heb ik het huis vol bloemen en sta ik de ramen te lappen. Vanaf het keukentrapje vraag ik Lief of hij ieder geval wil zorgen dat er morgen geen onderbroeken naast de wasmand liggen om mijn zorgvuldig geregisseerde perfecte plaatje te verstoren. Hij trekt zijn ‚je-overdrijft’-gezicht, maar weet wijselijk dat instemmen verreweg de veiligste reactie is. En dus is ons huis tip-top in kinderorde. Al zeg ik het zelf.

En dan is het dinsdagochtend, de dag van het huisbezoek. Om elf uur komt ze. Ik ben vroeg wakker, haal nog een laatste lapje over de tafel, ruim de was op en zorg dat het aanrecht onberispelijk is. Lief heeft nachtelijke uurtjes zitten werken en slaapt uit. Daar erger ik me aan. In mijn perfecte plaatje zijn wij doodgewoon vroege vogels die kwiek aan de dag beginnen. Omdat dat zo hoort bij ‚echte ouders’. Om een uur of tien uur wil ik man wakker gaan maken, maar neem eerst nog even mijn telefoon op. Het is de mevrouw. Van de kinderbescherming. Ze is vroeg en rijdt het dorp al in. Of het uitkomt dat ze nu al langs komt.

‚Zie je wel’, denk ik meteen. ‚Zo vals zijn ze dus, ze komen gewoon een uur eerder om je te op heterdaad te betrappen op on-ouderlijk gedrag.’ Mijn hoofd schakelt traag en ik mompel iets over een man die nog even naar een andere afspraak is. Of half elf ook goed is? Het komt niet in me op om gewoon te zeggen dat hij nog ligt te slapen. Het idee! Verward hang ik op en in lichte paniek ren ik de trap op en trommel man het bed uit. Opstaan en wel nu! Man is geïrriteerd over dat brute wekken en de te vroege mevrouw. Ik over zijn nonchalance.

Man vliegt onder de douche en schrokt een ontbijtje naar binnen. Ik trek ondertussen het dekbed recht, zet een raam in de slaapkamer open, gooi nog wat handdoeken in de wasmachine en ruim zijn ontbijtbord op terwijl hij nog aan een laatste hap bezig is. Een paar minuten voor half elf gaat de bel. Daar zul je de strenge knot hebben. Met een wat hoge hartslag doe ik de deur open. En dan kijk ik in het liefste en meest ontspannen gezicht dat ik in tijden heb gezien.

We hebben een heel leuk gesprek. Gewoon aan de eettafel met kopjes koffie. Over koetjes en kalfjes. Over haar kinderen en kleinkinderen. Geen ingewikkelde vragen en interesse in de keukenkastjes is er ook niet. We wonen leuk, vindt ze. Ik ontspan en kan man weer aankijken zonder vuur uit mijn ogen te laten spuwen. Omdat ik het gevoel heb dat ik haar een verklaring schuldig ben voor het wat gespannen telefoontje van een uur geleden, vertel ik de mevrouw dat ik nogal op had gezien tegen het bezoek. En dat ik tegen al mijn gewoontes in ramen had staan lappen en zelfs had overwogen om zelf koekjes te bakken. Ze schiet in de lach en zegt dat ze al jaren geen plinten meer inspecteert.

We krijgen huiswerk. Moeten onze familieschiedenis op papier zetten. En nadenken over waarom wij vinden dat we geschikt zijn om te adopteren. En vooral waarom we denken dat twee kinderen tegelijk geen probleem zal zijn. We plannen twee vervolggesprekken op het kantoor van de mevrouw, nemen afscheid en dat was dat. Uitgeput en opgelucht plof ik op de bank en laat me van harte uitlachen door mijn langslaper. Misschien moeten we mijn moeder dit weekend maar eens uitnodigen voor koffie. Dan heb ik die ramen tenminste niet voor niets staan lappen.

Leave a Comment