stella & tekst

iets met woorden

Column, Van alles

Racistisch? Wie? Ik?

Mijn dochter is geboren in Kenia en dus een donker kind. Ik had niet meer van haar kunnen houden als ze uit mijn eigen buik geboren was. Haar krullende kroezen zijn om mijn gezicht in te laten verdrinken, haar bruine gezichtje om van te smelten en haar hele wezen is met het mijne versmolten. Tenminste, op de momenten dat ik haar niet achter het behang wil plakken dan dus, hè? Maar ik wil maar zeggen dat racisme natuurlijk geen rol speelt in mijn leven.

Daarom schrik ik nogal van mezelf als ik in de Albert Heijn bij de vegetarische hoek inwendig sta te mopperen dat mijn favoriete groenteballetjes er niet zijn. Ik dub wat over alternatieven. Mijn kar met mijn handtas staat een metertje verderop. Uit mijn ooghoek zie ik iets. Iets dat niet klopt. Ik weet niet precies wat ik zie, maar zonder nadenken beweeg ik richting mijn kar en leg ik mijn hand op die openstaande handtas. Pas dan kijk ik naar wat mijn ooghoek registreerde.

Een donkere man. Midden dertig. In een donkere jas en met een wat peinzende blik. Maar die blik is volstrekt niet met mij, mijn kar of mijn handtas bezig. Hij zoekt iets tussen de blikjes vis, naast het vega-schap. Net als ik waarschijnlijk inwendig licht mopperend dat hij niet meteen vindt wat hij nodig heeft. Ik kijk nog eens en zie zijn vriendelijke gezicht. Was het een witte meneer geweest, dan was mijn ooghoek zeer waarschijnlijk niet in actie gekomen.

Mijn onderbewuste registreert een donker uiterlijk en zet allerlei systemen in werking. Waardoor ik zonder nadenken mijn handtas veilig wil stellen. Hoe bizar. Ik schaam me en heb het gevoel dat ik iets moet goedmaken. Misschien niet eens met hem, maar dan toch wel met mijn dochter. Ter compensatie geef ik hem een brede glimlach als zijn blik toevallig mijn kant opkomt. Hij had me nog niet echt opgemerkt, maar beantwoordt beleefd mijn glimlach.

Wat opgelaten loop ik verder. Bij de kassa kom ik achter dezelfde man in de rij te staan. Hij kijkt om en ik weet niks anders te doen dan nog maar een schuldbewuste, intens vriendelijke blik. Hij lacht terug. We staan naast elkaar onze tassen in te pakken en hij is net iets eerder klaar dan ik. Als hij achter me langs loop, wenst hij me een fijne dag. Overrompeld mompel ik hem hetzelfde toe.

Op weg naar mijn auto kom ik hem nog een keer tegen. Hij staat kennelijk op iets te wachten. Wat brutaal kijkt hij me aan en zegt: ‘Als we elkaar vandaag nog een keer tegenkomen, dan trakteer jij okay?’ En dan valt het kwartje. Door mijn overactieve ooghoek en daarop volgende schuldgeboren schuchterheid denkt deze meneer dat we aan het flirten zijn. En daar moet ik opeens nogal om lachen. Dit keer oprecht. Spontaan genees ik van mijn ongemak. Ik wens hem een mooie dag en leg uit dat de kans heel klein is dat we elkaar nog een keer zien deze dag. Ik ga namelijk met mijn boodschappen lekker naar huis. Een potje koken voor mijn gezin. Maar eerst ga ik mijn gezicht even in de krullen van mijn dochter laten verdrinken.