stella & tekst

iets met woorden

Adoptie

Ons kind

Eva ziet er niet als vanzelf uit als ‘ons’ kind. Maar ze voelt als ons kind. Gedraagt zich als ons kind. Ze hoort bij ons en wij bij haar. Maar ze is nog niet echt ons kind. We zitten in de laatste maand van de fosterperiode. Daarna begint de juridische weg door de krochten van de Keniaanse rechtbank om de adoptie te formaliseren. Dat zal nog een paar maanden in beslag nemen. Pas dan is ze ook formeel onze dochter. Tot die tijd zijn wij haar fosterparents. En wonen we in Kenia.

Op straat en in winkels word ik hier vaak ‘lastig’ gevallen door mensen die spon- taan een gesprek met Eva aanknopen, haar oppakken, in haar wang knijpen, haar hand vastpakken en op gemeen hoge toon ‘How are you, baby?’ tegen haar kirren. Nogal irritant. Ben je net lekker bezig om je kind fijntjes uit te leggen dat het niet zo charmant is om te gaan staan brullen omdat ze niet alle pakken chocoladekoek uit het rek mag trekken, komen er vanuit verschillende richtingen troostende armen op haar af. ‘Why are you crying, baby?’

In het begin voelde ik me geroepen om de situatie uit te leggen. Dat ik in een didactisch momentje zat en dat het effect daarvan zo tot nul werd gereduceerd. Dat mijn pientere peuter er manipulatief van werd: ‘als ik maar hard genoeg ga staan brullen, dan komt er altijd wel iemand die wel doet wat ik wil’.

Onbegrijpende en meewarige blikken waren dan steeds mijn deel. Was ik nou gek? In Nederland had ik nooit meegemaakt dat volslagen vreemden zich out of the blue met andermans kind gingen bemoeien. Toen ik het in de groep gooide bij mijn collega-adoptiemoeders, bleek Eva niet het enige slachtoffer te zijn van ongewenste intimiteiten. We hadden dezelfde ervaringen. Waren allemaal even verbaasd. En licht verontwaardigd.

Wachtend op onze vertraagde vlucht naar Mombasa werd het me opeens klaar als een klontje. Na een flink potje dreinen over de saaiheid van het grote wachten had ik Eva net weer een beetje gekalmeerd. Omgedraaid zat ze op een stoel naast me nog wat na te sippen. Achter ons liep een Keniaanse meneer. Hij zag Eva, stopte, kneep in haar wang en liet zijn stem een paar octaven te hoog ‘Why are you crying, baby?’ zingen. Geïrriteerd (zo dochter, zo moeder: ik houd ook niet van wachten) draai ik me naar de man toe. Of hij van mijn dochter af wilde blijven. Toen hij antwoordde dat Eva mijn dochter niet is, dacht ik furieus dat hij refereerde aan onze adoptie/foster-status. Hoe durfde hij?! Maar daar ging het helemaal niet om. Kalmpjes deed hij me uit de doeken dat een kind alleen exclusief van de moeder is zolang het in haar buik zit. Zodra het geboren is, is het kind van de gemeenschap en mag iedereen van het kind genieten. En heeft iedereen er wat over te zeggen. Zo zit dat dus. In Kenia.

Leave a Comment